Wachten op de Geest (Handelingen 1:1-8)

Wachten

Voor veel mensen is niets zo moeilijk als wachten. Wachten tot je jarig bent … Wachten tot je aan de beurt bent … Wachten tot het over is … Wachten tot het zover is … Wachten tot het binnen is, wachten tot het goed komt … Wachten tot hij er is …, of zij… . Wachten voor de kassa, wachten in de file, wachten op het perron …

Niet hoeven wachten is iets wat verkoopt: ‘Vandaag voor negen uur besteld, morgen in huis.’ Het is precies ons ongeduld, onze haast waar op wordt ingespeeld. En waarom zou je wachten als je het sneller kunt regelen?

Stel je voor dat jij bij de eerste leerlingen van Jezus hoort. Dan wordt je geduld nog al eens op de proef gesteld. Of dan wordt je aardig getraind om te wachten. Hoe vaak zegt Jezus niet: ‘mijn tijd is nog niet gekomen?’ Of wijst hij naar de toekomst: ‘dan zal het zijn, of dan zal het gebeuren.’ En wat denk je van de verhalen van mensen die Jezus om hulp komen vragen. Met situaties waarin echt niet meer gewacht kan worden? Denk aan het dochtertje van Jairus, de knecht van de hoofdman van Kafarnaum, Lazarus de broer van Martha en Maria. Daar zie je allemaal mensen die in smart zitten te wachten op Jezus. Jezus, die zelf nergens iets lijkt te doen om mensen van dit probleem van wachten af te helpen. Wachten lijkt in het koninkrijk van God haast een deugd. Het hoort er zo bij. En waarom? Misschien wel omdat wachten ook ruimte schept. Voor groei, voor iets bijzonders, voor andere oplossingen. Wachten geeft ruimte om te luisteren naar God en ruimte om te zien wat Hij doet.

Wachten kan soms moeilijk zijn. En ook teleurstellend. Als je op iets wacht wat niet blijkt te komen. Als je iets verwacht en het komt niet uit. Of het valt heel erg tegen. Al die tijd voor niks zitten wachten. Denk maar weer eens aan die eerste leerlingen van Jezus. Wat verwachten die van Hem?

Verwachting

Je kunt het zo uit de bijbelverhalen oprapen. Vaak zijn hun verwachtingen erg hoog. Maar wat wil je. Als je iemand volgt die zieken doet dansen, die doven muziek geeft, en blinden kleur, die doden wakker maakt. Die van alles kan met wat broodjes en wat vis. Die redeneringen van geleerde mensen omdenkt zodat zij af moeten druipen. Die spreekt als iemand die het echt voor het zeggen heeft. Als je zo iemand volgt dan ga je toch van alles verwachten. Dan zijn de problemen die jij hebt of die jij ziet toch maar klusjes op zijn lijstje. Die gehate romeinse bezetter het beloofde land weer uit jagen. Dat moet voor hem toch zo te doen zijn. En weer een echte koning op de troon in de hoofdstad. Dat is toch waar iedereen op zit te wachten. En dat moet toch ook zijn uiteindelijke doel zijn. Daarom was hij toch in Bethlehem geboren en mat Hosanna’s en palmtakken Jeruzalem binnen gehaald?

En wij begrijpen de teleurstelling als de opkomst van Jezus na drie jaar strandt aan een kruis en in een graf. Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden. Dat begrijpen we. En met de kennis van nu kunnen we wel zeggen dat al die verwachtingen verkeerd zijn geweest. Maar dat is ook makkelijke praat achteraf. Het is vast heilzamer om je eigen verwachtingen die het geloof in Jezus je brengen steeds te bevragen.

Na Pasen

Het lijkt mij dan ook niet zo gek dat met de opstanding van Jezus de verwachtingen weer terugkomen en opnieuw gaan leven. Wat dood leek te lopen blijkt weer helemaal open te liggen. En natuurlijk, het duurt even, voordat het echt gaat leven voor de leerlingen. Voordat het helemaal doordringt: Jezus leeft echt weer. En Lucas vertelt het er ook bij dat daar tijd voor nodig is geweest: Herhaaldelijk heeft Jezus bewezen dat hij leefde. Gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God. Die tijd hebben ze nodig om steeds even in hun arm te knijpen en zijn handen te zien. Is het echt wel echt?

Maar als het dan echt wel echt is. Wat dan? Dan gaat het na die eerste grote overwinning vast wel snel gebeuren. Als zelfs de dood Jezus niet kan stoppen, wat kan zijn opmars dan nog stuiten? Als gesloten ramen en deuren voor hem geen barricades zijn om binnen te komen. Dan hoeven we toch zo lang niet meer te wachten?

En misschien liggen daar ook wel onze vragen. Bijna tweeduizend jaar na Pasen. Met een veel vollediger inzicht in de betekenis van het sterven en de opstanding van Jezus. Alles is toch volbracht. Waar moeten we nog op wachten? Jezus is in onze plaats gestorven. Hij heeft onze schuld begraven. Aanklachten die tegen ons gericht zijn aan het kruis geslagen. Hij is opgestaan in een nieuw leven. Dat geeft je vleugels om te zweven op de wind. Maar toch … ploeteren we vandaag nog voort. Waar wachten we nog op.

Het is het antwoord van de leerlingen op de opdracht van Jezus. Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?

Het sterven en de opstanding van Jezus hebben hun verwachtingen niet getemperd. Maar eerder versterkt. Nu gaat het vast binnenkort gebeuren. We gaan het meemaken.

Je hoort opvallend genoeg bij hen geen verbazing of vragen over de woorden die Jezus spreekt: Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de Heilige Geest. Niemand die zegt: huh? Wah ’s da? Dopen met de Heilige Geest. Hoe gaat dat dan? En waarom. En hoezo?  Het is alsof de leerlingen met hun vastgezette verwachtingen daar helemaal overheen luisteren. Jezus zegt: ‘binnenkort’ en zij denken al: Gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen? En dan gaat Jezus hun verwachtingen bijstellen.

Verwachtingen bijgesteld

Jongens, jullie stellen mij die vraag. Maar ik ga daar helemaal niet over. Voor zijn dood heeft Jezus dat al uitgesproken. Mc 13,32: Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader. Jezus kan het antwoord niet geven op hun vraag. Wat hij wel doet is zijn leerlingen bij die vraag weghalen. Hun verwachting corrigeren. Jullie hebben het over het tijdstip van herstel van het koningschap. Maar daar moet je focus niet op liggen. Blijf daar maar vandaan. Dat is jullie zaak niet. En zo begrenst Jezus de verwachting van zijn leerlingen.

En dat niet alleen. Jezus verlegt ook hun verwachting. Hij maakt duidelijk wat ze wel te verwachten hebben. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.

Er komt een tijd dat jullie iets gaan doen. Jullie zaak is niet te weten wanneer het herstel zal zijn. Jullie zaak wordt van mij getuigen. Die dag van herstel die komt zeker. Maar jullie moeten je met iets anders bezig gaan houden. En ik geloof dat Jezus daarmee een kader schept, niet alleen voor de verwachtingen van de leerlingen, maar ook voor die van ons. En hen en ons daarmee voorbereidt op wat volgelingen van Jezus te wachten staat na die grote overwinning met Pasen. En misschien kan ik dat het beste duidelijk gaan maken met een voorbeeld.

D-day

Als de gestorven Jezus uit de dood opstaat en zijn voet weer op de vaste grond van deze wereld zet is dat een beslissend moment voor de rest van de wereldgeschiedenis en voor jou en mijn leven. Daarom maakt Jezus ook zo duidelijk dat dat echt gebeurd is. En blijft hij herhaaldelijk het bewijs leveren. De opstanding is een beslissende dag. Een D-day. Vergelijk het maar met de D-day uit de tweede wereld oorlog. Op D-day,  juni 1944 zetten de bevrijders voet op het vaste land van Europa.Na een hevige strijd waarbij vele jongemannen hun leven gaven voor de vrijheid van anderen veroveren zij de stranden van Normandië. Om vandaaruit het bevrijdingsoffensief te beginnen. En dat feit gaat steeds meer doordringen in bezet gebied. Langzaam wordt duidelijk wat het gevolg zal zijn. De enorme kracht, power en overmacht waarmee de bevrijder voet aan land krijgt en de bezetter terugdringt wordt bekend. En daar putten mensen hoop en verwachting uit. Tegelijk weten wij nu dat dat een beslissend moment is geweest, dat de bevrijding inluidde en aankondigde. Maar dat het ook nog even zou duurt voordat Europa vrij is en niets meer te lijden en te vrezen heeft van de bezetter. Niemand kan in die dagen na de landing zeggen wanneer het zover is. Daar kan alleen over gehoopt en gespeculeerd worden.

V-Day

En wij weten nu hoe lang het nog geduurd heeft. In september van 1944 werd Eindhoven bevrijd. Maar in het noorden en westen van ons land zou nog een hongerwinter komen die vele duizenden mensen het leven zou kosten. In het zicht van een zekere bevrijding overleefden zij het niet. Pas op 5 mei, bijna een jaar na D-day is het voor Nederland Victory Day. Dan is er feest. Dan is heel Nederland bevrijd.

Zie je wat Jezus doet als hij zijn discipelen weghaalt bij de vraag naar het moment van de grote overwinning. En hen neerzet bij het begin, na de beslissende slag? Hij houdt hen eigenlijk dit plaatje voor. De stranden zijn veroverd. Maar dat is wat anders dan de uiteindelijke overwinning. Je gaat nu leven tussen die twee plaatjes. Dat is het kader wat ik jullie aan kan reiken voor de toekomst. En dat is ook het kader waarbinnen wij nu leven.

En dat zegt voor ons in ieder geval al twee dingen. A. Pasen is een beslissende slag, maar daarmee is het nog geen vrede op aarde. Is alles nog niet hersteld. Dat komt er zeker nog aan. B. De wereld waar wij in leven is het paradijs nog niet. Hier is nog strijd. Hier worden mooie overwinningen behaald. Maar ook nog verliezen geleden. Hier gaat nog niet alles netjes, hier moeten we soms nog keuzes maken die we eigenlijk niet willen. Hier gaan de bloemen nog dood, en de zon nog onder. We leven in een gebroken wereld. Waar we gewond raken en butsen en krassen oplopen. Laat niemand geloven dat het zonder kan of moet. We leven in een oorlogssituatie. In een strijd. Die gelukkig niet alleen de onze is, die we niet alleen hoeven te strijden. Want als je naar het grote plaatje kijkt dat Jezus verteld zie je dat de Geest strijdt.

Missie van de Geest

Als Jezus naar de hemel gaat zal Hij zijn Geest zenden. En de missie van de Geest is de wereld veroveren voor Christus. Jullie zullen op pad gaan en van mij getuigen zegt Jezus. Tot aan het einde van de aarde. Jullie blijven niet heer op het strand staan, maar zullen verder gaan. Hoe Jezus daar zo zeker over kan spreken? Omdat de Heilige Geest daarvoor zal gaan zorgen. Hij gaat de wereld voor Christus veroveren. Want dat is Gods doel met de hele bevrijdingsoperatie. Fil. 2,10: opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. En voor die missie gaat de Geest de leerlingen van Jezus inzetten.

Wachten op de Geest

En daarom moeten zij wachten op de belofte van de Vader. Wachten totdat ze gedoopt zijn met de Heilige Geest. Leerlingen van Jezus moeten wachten op de Geest, omdat het niet zonder kan. Misschien herinner je je de momenten uit de Bijbelverhalen wel dat de leerlingen op eigen kracht en naar eigen inzicht aan de slag gingen in en voor het koninkrijk van God.  Lucas 18. Daar proberen de mensen hun kinderen bij Jezus te brengen. Om ze door hem aan te laten raken. Als de leerlingen dat zien dan spreken ze die ouders erop aan. Maar dat is de bedoeling niet. Zo werkt het niet. Kinderen bij Jezus. Zie je niet dat we hier bezig zijn met grote dingen, met het koninkrijk van God? En ze plaatsen dranghekken en bevelen ouders en kinderen daarachter te blijven. Totdat Jezus zijn leerlingen beslist corrigeert. En zegt: Zo werkt het dus wel. Laat ze bij me komen en houdt ze niet tegen. Want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.

Omdat ze niet op eigen kracht aan de slag kunnen gaan in Gods koninkrijk, omdat ze dan zomaar hun eigen verwachting achterna lopen en groot maken, moeten ze wachten. Totdat ze ondergedompeld zijn in de Geest.

Kracht en richting

En wat gaat die Geest dan met en voor hen doen? In de eerst plaats geeft hij kracht. Om vanaf D-day op weg te gaan, de stranden af. En in de tweede plaats geeft de Geest stuur en richting. De wereld veroveren voor Christus doet de Geest door mensen op pad te sturen om van Jezus te getuigen. Er is niemand die zijn knie voor Jezus zal gaan buigen zonder het getuigenis van een ander mens. Er is niemand die Jezus belijd als Heer zonder van andere mensen over Hem gehoord te hebben.

Waarop en waarom moeten de leerlingen wachten? Op de Heilige Geest omdat die kracht en richting zal geven aan hun taak in het koninkrijk van God. En zijn zeer dan? Nee, dan gaan ze op weg.

En zo gaat het steeds in de bijbel. De geest geeft Filipus de marsorder om de Ethiopier op te zoeken om te getuigen van Jezus. De geest geeft Petrus de opdracht het evangelie bij heidenen te brengen. De geest verlegt de route van Paulus.

Wachten. Het is een deugd in het koninkrijk van God. Omdat wachten ruimte schept. Voor groei, voor iets bijzonders, voor andere oplossingen. Wachten geeft ruimte om te luisteren naar God en ruimte om te zien wat Hij doet. Ruimte om je eigen verwachtingen bij te stellen of zelfs los te laten. Het zet je open voor de marsorders van de Geest.

Advertenties

Wat doe jij met het talent van Jezus? (Matteüs 25:14-30)

Talent
Wat is jouw talent? Wat heb jij de wereld te bieden. Welke bijdrage kun jij leveren? Je ziet en je hoort de vraag overal om je heen. Je kunt op zoek naar dat waar jij goed of uniek in bent. Want dat kun je ontwikkelen en daar kun je beter in worden en dat kun je aan de wereld laten zien. De wereld om je heen wil dat ook graag volgen en meemaken. Die is heel erg op zoek naar talent. En daarom moedigt die je aan om je talent te ontdekken en te laten toetsen door anderen.
Wanneer Jezus zijn laatste verhalen vertelt, vlak voor hij gaat sterven, lijkt hij je ook aan te moedigen om je talenten goed te gebruiken. Jezus is onderweg naar Jeruzalem om te gaan sterven. Slechts drie jaar heeft hij rond gepreekt en zijn werk gedaan. En nu hij zijn einde ziet naderen vertelt hij de mensen hoe ze straks verder moeten als hij er niet meer is. Bij Matteüs wordt in het volgende hoofdstuk al de laatste maaltijd van Jezus beschreven gevolgd door zijn arrestatie. Het verhaal van de talenten hoort zo’n beetje bij de laatste lessen, bij het laatste onderwijs dat Jezus geeft. Daarmee rondt hij de opleiding van zijn discipelen af. Daar zullen zijn volgers het mee moeten gaan als hij er straks niet meer is. In die laatste lessen vertelt Jezus hoe zij zonder hem door kunnen gaan. En daar hangt veel van af. Want er komt een moment dat Jezus weer terug zal komen. Om mensen uit te nodigen voor zijn feestmaal in een nieuwe wereld. Die komt aan het einde van de tijd. En dan kun je niet meer beslissen waar je heen zult gaan. Dan zal hij het onderscheid maken tussen rechtvaardigen en mensen die niet bij hem horen. Dan is het moment alsof de jury de uitslag bekend maakt.

En naar die laatste les van Jezus gaan we eens heel precies luisteren. En ik zeg expres dat we eens heel precies gaan kijken. Omdat het voor ons misschien wel een heel bekende gelijkenis is. Waar je al veel over gehoord hebt. En waar op het eerste gezicht weinig verrassing meer in zit. En dat komt denk ik omdat de gelijkenis spreekwoordelijk is geworden. De uitdrukking: met je talenten woekeren komt hier vandaan. En we zien onmiddellijk de waarde en de waarheid van zo’n uitdrukking in. Voor ons is het zo normaal als wat. Talent is iemands aanleg of natuurlijke begaafdheid voor iets. En we kunnen God danken en prijzen voor de talenten die we hebben en die we zien. Wij kunnen zeggen: jij hebt talent voor pianospelen. Of: jij hebt talenten om goed te leren. Of: mijn talenten liggen op een heel ander vlak. We kunnen onze talenten overschatten of onderschatten. Of het ene talent veel belangrijker maken dan het andere. En we begrijpen dat we talenten moeten gebruiken. En niet moeten verstoppen of uitdoven of laten verstoffen. De moraal van Jezus verhaal wordt dan ook al gauw: Je moet doen wat je kunt. Je moet er uit halen wat er in zit. Hard werken en met je eigen talent aan de slag gaan. Ben je ergens goed in, wordt beter. Gaan! is het motto. En als je dat niet doet, dan is er voor jou het oordeel. En zal je er niet bij zijn als Christus komt en zijn feestmaal aanricht. En voor je het weet vervang je daarmee stiekem de leer van goede werken voor de protestantse variant van hard werken om goed genoeg te zijn in de ogen van God.

Nu is er alle reden om niet met je armen over elkaar te gaan zitten wachten totdat Jezus terug komt. En in de brief aan de Thessalonicenzen houdt de apostel Paulus dat de gemeente ook voor. Maar om dat tot de betekenis van deze gelijkenis te maken gaat een beetje te gemakkelijk. En het feit dat de gelijkenis dan precies zegt wat wij eigenlijk al vinden moet ons al op onze hoede maken. Als we de gelijkenis namelijk zo lezen dan past hij al heel snel in onze straatjes. Het is niet erg als je niet alles kunt, als je maar alles gedaan hebt wat je kunt. De een heeft meer talent dan de ander. Maar dat is niet erg. Daar houdt Jezus rekening mee als Hij je oordeelt. Een zesje voor taal en rekenen is niet erg. Als je voor ijver en vlijt maar een negen of een tien hebt.

Valse vrienden
Volgens mij zit wat wij weten en denken over talenten ons juist bij het luisteren naar het verhaal van Jezus wat dwars zit. Want met dat woord talent is iets bijzonders aan de hand. Het woord is wat je in de taalwetenschap noemt: een valse vriend. En valse vrienden ontstaan in de uitwisseling tussen twee talen. Het zijn woorden die in vorm heel erg op elkaar lijken. Maar in betekenis juist verschillen. Bellen is zo’n woord. Het duits gebruikt het woord bellen voor het blaffen van een hond. En je begrijpt de verwarring die ontstaat als je in duits gezelschap een momentje vraagt om even naar je vrouw te bellen. In andere talen kom je dat ook tegen. Trap, beer, boot en worst zijn een paar van de woorden die met het engels valse vrienden zijn. En zo drinkt een belg zijn koffie uit een tas.

Talent is ook zo’n woord. Het grieks, waarin de bijbel oorspronkelijk geschreven is kent net als onze taal het woord talent. Alleen dan betekent het niet iets wat je goed kunt, of een gave die je hebt. Dat is een woord wat op ons woord charisma lijkt. Maar het griekse talent is het een gewichtsmaat voor zilver. Sommigen zeggen ergens tussen de 26 en 30 kilo. De vreemde woordenlijst in je bijbel zegt 34. Dat is het eerste wat we bij precies lezen ontdekken: talent is niet talent in onze betekenis van het woord.
Dat kun je trouwens ook opmaken uit het verhaal. De man die op reis gaat, zo begint de gelijkenis, riep zijn dienaren bij zich en gaf hen het geld dat hij had in beheer. Zij moeten er op passen. Hij vertrouwt hen zijn bezit toe. Ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Zonder zijn dienaren een duidelijke opdracht te geven. Je moet er dit of dat mee doen. Ook zonder dat zij weten wanneer de heer weer terug komt van zijn reis. Dat zijn de onzekere factoren waar ze alle drie mee te maken hebben.
Zij moeten het vermogen van die man bewaken. Hoe lang ze dat vol moeten houden? Wie zal het zeggen? In ieder geval is het niet te doen om naast dat talent, die hoop zilver te gaan zitten. En ervoor te zorgen dat er niemand aankomt. Alle drie de mannen, ze moeten er iets mee doen. Ze kunnen er niet mee blijven staan. Maar wat moeten ze dan? Jezus vertelt eerder, wees waakzaam, want jullie weten niet op welk tijdstip en op welke dag de heer terugkomt. Daarmee zegt hij je moet je niet vergissen. Als ik zeg dat je waakzaam moet zijn, dan betekent dat niet dat je voortdurend met bewaken bezig moet zijn. Dat je dag en nacht rond je huis moet lopen om te kijken of de Heer al terugkomt. Dat klinkt wel logisch, maar dat is niet te doen. Kijk, zegt Jezus in hoofdstuk 24 als de heer des huizes zou weten wanneer de dief zou inbreken, dan zou hij wakker blijven. En niet laten inbreken. Maar het punt is juist dat je niet weet wanneer hij komt. En daardoor moet je je niet van de wijs laten brengen. En je door angst voor een inbraak je de raad laten geven om alleen maar bezig te zijn met bewaken. Als je zo naar de komst van Christus leeft gaat het mis. Want met de komst van de mensenzoon is het als met een man die naar het buitenland gaat. Hij roept zijn dienaren bij zich. En Hij verdeelt zijn bezit onder hen. De een vijf, de ander twee en een derde een talent. Ieder naar wat hij aankon. En u begrijpt wel wie die man is die naar het buitenland gaat is. Het is de Heer Jezus zelf. Die naar de hemel gaat.

Talent van Jezus
Maar als die man de Heer Jezus is. Dan weten we ook wat het bezit is dat Hij verdeeld onder zijn dienaren. Dan zijn dat niet maar talenten in de zin van capaciteiten. Nee, Christus geeft zijn dienaren in handen wat Hij bezit, wat van hem is. Dat geeft Hij in handen bij zijn vertrek naar de hemel. En als Christus straks terugkomt zal Hij vragen wat je met zijn bezit gedaan hebt. Heb je daar je vrijmoedig winst mee gedaan. Heb je daarmee durven leven. Of ben je daar angstvallig op gaan zitten. Dat is de kern van de gelijkenis. Wat doe je met de dingen die je van Christus krijgt?
En wat is dan dat bezit van Jezus? Dat zijn wat Jezus in een eerder gelijkenis noemt: de geheimen van het koninkrijk. De lessen die hij eerder gaf. Over vergeving van zonden. En het vergeven van anderen. Over het liefhebben van God en je medemens als het grote gebod. Over eeuwig leven. Over de balk en de splinter. En niet oordelen. Over de liefde van God voor deze wereld. En over geloof in Jezus alleen. En niet het vertrouwen op je eigen prestaties. Over genade en vrede. Over verbonden blijven met Jezus. Over de sabbat die er is voor de mens en niet de mens die er is voor de sabbat. Over nieuwe lessen die je voor oude lessen zet. En over je geen zorgen maken over eten, drinken en kleding. En dat je met moeite en lasten waar je mee rond loopt en onder gebukt kunt gaan naar Jezus toe kunt gaan om rust te vinden. En zijn juk op je te nemen zodat hij zijn schouders er ook onder kan zetten. Al zijn woorden. Heel zijn persoon. Wat doe je met die dingen die Jezus ook voor jou op aarde gebracht heeft?
Het verhaal dat Jezus daarover vertelt is voor ons misschien niet eens zo bijzonder. Mensen uit zijn tijd zullen er wel van opgekeken hebben. Wanneer er een verhaal verteld wordt waarin drie personen voorkomen. Dan is de derde persoon, de persoon waar het om gaat. Denk maar aan het verhaal van de goede Samaritaan. De priester en de leviet die eerst langskomen zijn het niet, maar die derde, die is de held van het verhaal.

En zo zullen de mensen ook naar Jezus verhaal geluisterd hebben. Met reserves bij de eerste twee en sympathie voor nummer drie. Hij is degene die op safe speelt. Hij begraaft het talent. Geen gek ding om te doen in die tijd. Jezus gebruikt in een eerder gelijkenis dat gebruik ook om iets uit te leggen. In zijn gelijkenis van de schat in een akker. Het is een manier om ervoor te zorgen dat er niks gebeurt met je geld als je er even bij weg moet. Zo is het geld veilig en kan het niet kwijt raken of gestolen worden. Het is tenslotte niet het geld van de dienaar. En het zou een ramp zijn als hij het zou verliezen of als er iets mee zou gebeuren. Je kunt beter het zekere voor het onzekere nemen.

Het is de rol die de farizeeën in de tijd van Jezus op zich genomen hadden. Zij waren de hoeders van de wet. Zij bewaakten de zekerheid van het geloof in die tijd. Wat anders was in de boodschap van Jezus wezen ze af. Het geloof was bij hen in goede handen. En daarin hoef je hen niet hard te vallen. Zij zorgden er op die manier wel voor dat de Heer bij zijn terugkomst exact terug kreeg wat hij hen toevertrouwd had. Hij heeft er geen onverantwoorde of risicovolle dingen mee gedaan.
En juist de man die op safe lijkt te spelen. En niets doet met de genade die Christus hem geeft, maar het angstvallig voor zichzelf houdt. Die wordt veroordeeld. Omdat hij alleen met zijn eigen behoud is bezig geweest. En dat veilig heeft willen stellen. Hij heeft niets met het bezit gedaan. Hij kreeg de geweldige belofte van vergeving van zonden. Maar heeft daar zijn winst niet mee gedaan. Door daarmee te durven leven. En anderen in die rijkdom te laten delen. Vergeving voor mij? Prima had hij gezegd, dat zal ik goed bewaren. Veilig opbergen. Maar hij heeft er geen moment aan gedacht om daarmee aan de slag te gaan. En zijn winst mee te doen. Door anderen ook te vergeven.

Met het evangelie de wereld in gaan? Hij heeft er voor opgepast. Voor je het weet loop je het risico dat er iets mee gebeurt. Met de schatten van het koninkrijk investeren op de markt van deze wereld? Hoe hou je het dan zuiver en van alle smetten vrij? Hoe voorkom je dan dat je het evangelie aanpast aan de vragen en de geest van de tijd?
De derde bewaart de genade van Christus in een wekfles. Die hij bij de komst van zijn Heer ongeopend teruggeeft. U gaf mij vergeving van zonden en u beloofde mij een eeuwig leven. Hier hebt u ze weer. Ik ken u wel en weet hoe u bent. Ik was bang voor u. Ik ben er niet aangekomen. Ik heb het gelaten zoals het was. Ik heb goed op de winkel gepast. Ik heb er niets mee gedaan. En er is ook niets mee gebeurd. Het heeft mijn leven en dat van anderen niet meer veranderd. Ik heb er alleen maar goed op gepast en het zuiver gehouden. Ik dacht dat dat uw bedoeling was. En juist hij mist het feest.

Initiatief en risico
En de twee anderen krijgen de complimenten, worden beloond en uitgenodigd voor de maaltijd. En dat terwijl zij de twee waren die ongevraagd initiatief en risico’s hadden genomen. En voortvarend ook. Meteen zegt het verhaal, meteen ging de man op weg om er handel mee te drijven. Geen plan, niet eerst een traject van wikken en wegen. Een strategie waar je je zorgen over kunt maken. Want als zij het bezit van hun Heer inzetten om handel mee te drijven, dan kan het ook grandioos mis gaan. Ze hadden een flinke schuiver kunnen maken. Vandaag weten we maar al te goed wat er mis kan gaan op de financiële markten. Wat als de hele handel verkeerd gaat en de Heer komt terug? Als er menselijker wijs gesproken iemand een uitbrander zou moeten krijgen bij de terugkomst van de Heer, dan zijn het deze twee. Maar niets van dat al. Als de Heer bij zijn komst met hen afrekent, dan zegt Hij niet: Wat heb je nu gedaan, het had ongelooflijk mis kunnen gaan, je hebt onverantwoorde risico’s genomen met mijn kapitaal, maar dan zegt Hij bravo. Je bent met de schatten van het koninkrijk aan de slag gegaan. Niet voor je eigen veiligheid gekozen. En er honderd procent je winst mee gedaan.
En dan beloont de Heer de dienaar met de vijf net zo goed als die met de twee talenten. Niet hoeveel zij verdiend hebben, maar wat zij met zijn bezit gedaan hebben beloont Christus. Hij heeft trouwens hun verdienste helemaal niet nodig. Dat zie je als Hij hen beloont. Dan noemt hij de vijf en de twee talenten niets vergeleken bij wat Hij nog meer heeft. Hij zegt: Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Je mag als koning heersen.
Wat doe jij met de talenten van Jezus? De wereld om je heen, de generaties die nu opgroeien, hebben die talenten zo nodig. Laat je daardoor aanmoedigen om ze goed te gebruiken en niet weg te stoppen of voor jezelf te houden.

Leerling in het Koninkrijk (Matteüs 13,51v)

Inleiding

Vanmorgen staan we stil bij de laatste gelijkenis uit Matteüs 13. Na een flinke confrontatie met farizeeën en schriftgeleerden even daarvoor gaat Jezus spreken over het rijk van de hemel. Het is zijn antwoord op de kritiek en het verzet van de joodse leiders. En ook zijn antwoord op de oprechte vragen van zijn leerlingen, van Johannes de Doper, en van zijn broers en zussen. In zijn rede op de berg heeft Jezus de mensen uitgenodigd om het rijk van de hemel binnen te gaan. Het rijk van vrede en herstel, van vergeving en vernieuwing, van heelheid en gerechtigheid. Maar zijn prediking liep uit op onbegrip en vragen.

In zeven korte verhaaltjes vertelt Jezus daarom over dat rijk. Dat zo anders is dan al die andere rijken en rijkjes op aarde. Het werkt anders bij koning Jezus, er gelden andere wetten. Zijn stijl van regeren is zo anders. Het lijkt de wereld op z’n kop. Armoede en rijkdom worden anders gedefinieerd.  Succes en geslaagd zijn, verdriet en vervolging worden anders ingevuld. Laatsten worden eersten, eersten worden laatsten. En ook: wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn. Maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen. En maak je geen zorgen over eten en drinken, over kleding, maar zoek liever eerst het koninkrijk, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Je moet zo omdenken om het te kunnen begrijpen. En in die zeven korte verhaaltjes over zaaien, zuurdesem, schat, parel en visnet laat Jezus opnieuw iets van dat koninkrijk zien. En daagt hij je uit om er even net anders tegen aan te kijken. Bijna in een soort geheimtaal van beelden. Het is alsof je het eerst in Jezus moet geloven voor je het rijk van de hemel kunt zien. Alsof je alle voorstellingen die je had, of hebt meegekregen, moet loslaten.

En na die zeven verhaaltjes over het begin, de groei, de kracht, de waarde en de oogst vertelt Jezus nog één gelijkenis. Nu niet over het koninkrijk. Maar over de leerlingen in dat koninkrijk. Zij zullen zijn als een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt. En eerst wil ik met een nieuw beeld het bijzondere van dat beeld eens naar voren halen. Een huismeester die nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.

Fifo

Fifo. ‘k Weet niet hoeveel mensen die afkorting wat zegt. Als je bij de Albert Heijn, de Jumbo, C1000 de Plus, of welke supermarkt ook werkt ken je het principe. Dan weet je wat het betekent, dan wordt het je geleerd, dan wordt je er op getraind, dan doe je het zo veel en zo goed mogelijk en word  je er op gecontroleerd. Het is een belangrijk onderdeel in het werk.

Fifo. Het is de afkorting voor: First in, first out. En het gaat over vakkenvullen. Wat het eerst in de schappen komt, moet er het eerst ook weer uit. Daarom zet je bij het vullen of spiegelen niet de nieuwe producten vooraan, maar zet je het oude vooraan, zodat de mensen dat het eerste pakken, en het nieuwe zet je er achter. Zo vliegt het nieuwe niet steeds de deur uit, terwijl het eerdere maar in de schappen blijft.

Als je bij de Albert Heijn, de Jumbo, C1000, de Plus of welke supermarkt dan ook je boodschappen doet, ken je het principe … ook. Zeker voor een zakje groenten, gemengde sla, of verse melk loont het de moeite om niet het meest voor de hand liggende product te pakken, maar iets verder het schap in te grijpen. Wat daar ligt is immers verser.

Nieuwe en oude lessen

Het bijzondere dat Jezus doet met de gelijkenis van de huismeester is dat hij het nieuwe vooraan zet. Niet het oude eerst, maar het nieuwe. De huismeester in zijn gelijkenis haalt nieuwe en oude dingen tevoorschijn. Wat er het laatst in ging komt als eerste er weer uit. En wat zijn die dingen dan? Het andere deel van de gelijkenis, over de Schriftgeleerde en de leerling, doen je denken aan lessen, aan onderwijs. Oude dingen zijn het onderwijs dat de mensen al kennen. Waar ze mee groot gebracht zijn. En wat bekend is of verondersteld mag worden. De wetten van Mozes, de boeken van de profeten en de psalmen. Nieuwe dingen zijn de lessen van Jezus. Die aan de ene kant voortborduren op het oude, en aan de andere kant voor het gevoel van de mensen daar ook weer tegen ingaan. Terwijl die lessen van Jezus dat oude ook weer niet laten liggen, maar juist weer de eerste of bedoelde glans teruggeven.

Uit Jezus preek op de berg hebben we daar verschillende voorbeelden van gehoord. Jullie hebben gehoord dat gezegd werd. En dan volgt er een gebod dat we kennen. En dan vervolgt Jezus met: En ik zeg zelfs. En leest hij je de wet om die in al zijn kracht en scherpte te laten zien. En misschien klinkt het in eerdere vertalingen de tegenstelling nog wel meer. Gij hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is … Maar ik zeg u …. Jezus zet zijn lessen, zijn onderwijs vooraan. Dat zul je eerst moeten pakken om iets van het eerder, oude mee te kunnen krijgen.

En daarmee concurreert Jezus niet met eerdere of oudere lessen. Met wat de mensen al weten en kennen. Hij helpt het oude juist ontdekken. En dat schokt de mensen in zijn tijd. Het prikkelt ons nog net zo goed. Omdat het niet alleen ons zichtbare gedrag spiegelt. Maar ook ons hart. Omdat het niet alleen over het houden van de regels, maar over het houden van relaties gaat. En een relatie is eerder gebroken dan een regel.

Ik voel em ook nog, en ik ben daarin vast niet alleen, al Jezus zegt: U hebt gehoord dat er gezegd is: pleeg geen moord. En ik zeg u zelfs … Jezus maakt daarmee duidelijk: Je bent er niet als je de ander de hersens niet in slaat. De betekenis en de vervulling van dat gebod gaat dieper. Het raakt ook je denken en je spreken tegen en over de ander. Je kunt niet in haat en nijd, of in staat van koude oorlog, met je broer of zus leven en tegelijk denken dat je Gods geboden gehoorzaamt.

Jezus zet het nieuwe voorop. Om het oude te vullen. En ik hoop dat je dat nieuwe van Jezus ook echt begrijpt en pakken kan. Dat je er bij kunt. Want het kan zomaar bij het oude blijven. Op twee manieren. Als je toch stiekem zelf je afwegingen blijft maken. Tuurlijk, ’t is niet goed om min over een ander te spreken of te denken, maar dat doet toch geen pijn en ’t is veel erger als je hem echt wat aan doet. O ja? Jezus dacht het niet. Tuurlijk is het veel erger om openlijk te scheiden, dan om binnen je huwelijk dingen kapot te maken en te laten breken, je blijft dan toch tenminste nog bij elkaar. O ja? Jezus dacht het niet. Zie je dat Jezus van de oude regel een nieuwe relatie maakt?

En op nog een andere manier kan het oude voor het nieuwe blijven staan. Namelijk als je alleen het idee hebt dat Jezus de regel alleen nog maar scherper maakt. Je mag geen moord plegen, sterker nog je mag zelfs iemand niet uitschelden. Weet je, als Jezus’ onderwijs, als zijn lessen, je blik niet verleggen van de regel naar een blik op je relaties dan blijft het oude vooraan staan. Of anders gezegd: dan blijft het alleen maar over vergeving van overtredingen gaan, over de rekening die toch nog hoger uitvalt dan je zelf al had berekend en niet over heel worden, tot je bestemming komen, herstellen, veranderen en genezen.

Jezus preek op de berg is geen waarschuwing die de deur van het koninkrijk op een kier na in het slot laat vallen. Het is de uitnodiging die de poort open zet. Die wil maken dat je niet alleen gaat denken: ’t is met mij nog erger dan ik dacht, maar ook: Hij is groter, Hij is meer dan ik denk. Ook wat er in mijn relatie met de ander misgaat of misgedaan is kan in zijn handen worden hersteld. Als het niet om de regel gaat, maar om de relatie zal de kracht van Jezus zich daar ook op richten. En is hij er op uit dat we daar het geluk dat hij met zijn rijk brengt gaan ervaren. Dat is zijn werk en zijn inzet. Zo begint zijn preek: gelukkig wie …

Jezus zet zelf het nieuwe vooraan. Niet alleen als het gaat om de geboden van God, het eerdere onderwijs van Mozes en de profeten. Ook als het gaat om die andere dingen dan de grondwet van zijn rijk. Als het gaat om zijn beloften en al die andere dingen.

Waar eerst een land aan de Middelandse Zee het beloofde land was, daar leert hij ons de hemel op aarde als het beloofde land. Waar eerst zijn volk het beloofde land moest veroveren, daar leert Hij dat zijn rijk zal groeien zoals de mosterdplant uit een zaadje, zoals een zuurdesem het meel doet rijzen. Waar eerst zichtbaar was dat je en wie er bij het volk van God hoorde, daar werkt zijn rijk zoals een zuurdesem het meel doet rijzen. Als een sleepnet dat rijp en groen bij elkaar vist op de bodem van de zee, ontrokken aan wat wij kunnen zien.  Waar eerst voorspoed en welvaart tekenen waren dat God je goedgezind was, daar belooft Jezus eeuwig leven. Waar eerst je afkomst, je afstamming van Abraham uitmaakte of je erbij hoorde, daar is geloof de scheidslijn geworden. Zo zet Jezus het nieuwe voor het oude. En dat is wat de huismeester van zijn gelijkenis ook doet.

De huismeester, leerling en schriftgeleerde

En wie is dan die huismeester? Wie is dat dan die die nieuwe en oude dingen tevoorschijn brengt? Een antwoord op die vraag vinden we in de aanleiding voor deze gelijkenis. En wat is die aanleiding? Jezus vraag aan zijn leerlingen of ze zijn lessen begrepen hebben. Hij, de schriftgeleerde bij uitstek, heeft hen nieuw onderwijs gegeven. Zoals ze dat niet kenden. Onderwijs waar anderen horende doof en ziende blind voor blijven. Hebben jullie het begrepen? Zijn jullie leerlingen in het koninkrijk van de hemel? En als hun antwoord ja is, dan volgt de verrassing. Als leerling in het koninkrijk wordt je schriftgeleerde. Een uitlegger van het koninkrijk. En ook hier zie je het andersdenken van het koninkrijk.  Schriftgeleerden dat waren tot dan toe de experts in en van het oude. Nu is die plek aan de leerlingen van het koninkrijk. Zij gaan aan anderen leren wat Jezus hen geleerd heeft. Zij gaan mensen tot discipel maken. Dat wordt hun grote opdracht. Daarvoor zijn ze leerling van Jezus. Dat wil Jezus met en van hen:

Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.

Door in navolging van Jezus het nieuwe van Jezus voor het oude te zetten zal de ene leerling de andere uitnodigen in het rijk van de hemel. En het vak van schriftgeleerde vervullen.

Zuurdesem (Matteüs 13,33)

Sinds het ontstaan van de kerk zoeken gelovigen naar hun plek in de wereld. Ze hebben de overtuiging dat deze wereld voorbij gaat en dat er een nieuwe komt. Dat maakt dat ze zich op één of andere manier vreemdeling weten op deze aarde. Tegelijk is duidelijk dat God deze wereld gemaakt heeft en bezig is die te vernieuwen. God heeft de wereld lief. God werkt aan zijn koninkrijk hier op aarde. Dat kunnen we soms heel duidelijk zien en waarnemen, andere keren doet het ons vol verlangen bidden naar dat koninkrijk. Die bijzondere verhouding met de wereld zorgt er ook voor dat de kerk steeds vraagt welke rol hebben wij, op dit moment, in onze tijd? Moeten we ons terugtrekken uit deze wereld, er zo ver mogelijk vandaan blijven? Wat moeten we er van vinden? Gaan we er in op, hoe en waar doen we mee? Kunnen we wat betekenen? En wat kunnen we dan betekenen? Hebben wij, als medewerkers van God, iets bij te dragen aan de komst van zijn rijk? Je ziet dan ook dat de rol van de kerk in de maatschappij in de loop van de tijd steeds verandert. Dat gebeurt door de positie die de kerk in een bepaalde tijd heeft en door wat zij uit de bijbel als haar rol ontdekt en leert zien. Zo is van de kleine kerk van het begin bekend dat zij het werk deed dat de maatschappij liet liggen. Werd er oorlog gevoerd dan namen de christenen het op zich om gewonden te helpen en doden te begraven. Later toen de kerk veel groter werd nam zij de taak op zich om onderwijs te geven en zieken en armen te verzorgen. En speelde zij een grote rol in maatschappij. Er zijn momenten geweest dat een deel van de kerk zich terugtrok uit de wereld en een eigen staat stichtte, en tijden dat de kerk op alle terreinen van het leven organisaties en verenigingen oprichtte om zo overal aanwezig en dienstbaar te kunnen zijn. In die veranderende positie van de kerk zie je ook een wisselwerking tussen de bijbeluitleg en de tijd en cultuur. In andere tijden en andere culturen lezen de mensen de bijbel anders. Bekende voorbeelden daarvan zijn de opvattingen over slavernij. Slavernij werd volgehouden en later afgeschaft met een beroep op dezelfde bijbel. Hetzelfde geldt voor de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika of voor het vrouwenstemrecht in kerk en maatschappij. En in aantal van die gevallen is maar moeilijk vast te stellen wat er nu eerst was. Een nieuw bijbels inzicht dat de maatschappij veranderde of een maatschappelijke verandering die een nieuwe inzichten in de bijbel gaf. En volgens mij hoeven we daar niet van te schrikken. Of het als een bedreiging te zien dat het verstaan van de bijbel kan veranderen. Juist als we erkennen en inzien dat die beweeglijkheid er is komt er ruimte en ontspanning. Dat voorkomt dat we hard of neerbuigend oordelen over hoe vroeger of ergens anders de bijbel begrepen wordt. Het maakt ons ook bescheiden over ons eigen verstaan van de bijbel. Dat is nooit absoluut en heeft nog geen eeuwigheidswaarde. De tijd dat we alles ten volle begrijpen moet immers nog komen. En de toekomst zal ook wat van ons lezen van de bijbel gaan vinden. En ik geloof oprecht dat de bijbel die veranderende tijden ook aankan. Omdat het hart en de kern van de bijbel daar sterk genoeg voor zijn. En door de kracht van de Geest van God enorme zeggingskracht hebben. Vandaag denken we na over de betekenis van een gelijkenis van Jezus over het koninkrijk van de hemel. Jezus heeft aangekondigd dat dat rijk dichtbij is en hij nodigt mensen uit om binnen te komen. In zijn gelijkenissen, vaak simpele verhaaltjes of voorbeelden, vertelt hij over dat rijk. En die verhalen zijn nodig om iets van dat rijk te zien of te ontdekken. Voor ons en voor de mensen in de tijd van Jezus. Uit de bijbel kun je opmaken dat Jezus gelijkenissen zijn antwoord zijn op de vragen die over hem de ronde doen. Johannes de Doper vraagt zich openlijk af of Jezus de door God beloofde Redder is. Johannes heeft zelf Jezus eerder aangewezen als zijn meerdere, en de mensen verteld dat ze bij Jezus moesten zijn. Maar het blijft allemaal zo uit. En dat rijk van de hemel is zo niet wat mensen er van verwachten. Zo onzichtbaar, zo ontastbaar. Je moet er eerst in geloven om het te kunnen zien. En daarom vertelt Jezus zijn verhalen. En één van die verhalen is: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’ Een zin. Zonder een toelichting of uitleg zoals we die bij andere gelijkenissen wel kennen. Wat biedt dat verhaal, die gelijkenis ons? Daar gaan we naar op zoek. Door de bijbel de bijbel uit te laten leggen. En als ik dat zeg, met de bijbel de bijbel uitleggen, dan zeg ik iets over de manier waarop we op zoek gaan naar de betekenis. Tegelijk vertel ik er al bij dat dat niet een eenduidige route is. Alsof het een recept is waaruit automatisch het enige goede antwoord rolt. En daarmee wil ik vandaag in de preek niet alleen de gelijkenis uitleggen, maar je ook handvatten meegeven voor je eigen Bijbellezen. Want de bijbel met de bijbel uitleggen kan op minstens twee manieren. Je kunt door heel de bijbel op zoek gaan naar andere Bijbelgedeelten waar dezelfde woorden of beelden in voorkomen. En dan zeggen: wat het daar betekent helpt ons te begrijpen wat het hier betekent. Als we bijvoorbeeld door hebben hoe ‘zuurdesem’ ergens anders in de bijbel of zelfs door Jezus zelf gebruikt wordt, dan kunnen we die betekenis meenemen naar deze gelijkenis. Ik heb geprobeerd die route in een beeld te vangen door het linker plaatje: Je leest heel de bijbel door met zeg maar een zoekfunctie. Shift F7. Je googlet op zuurdesem. De andere route is: Je gaat niet naar betekenis op zoek in vergelijkbare Bijbelgedeelten, maar je kijkt of de voorgaande en de volgende Bijbelgedeelten je verder kunnen helpen. Je stelt vragen als: wat is de opzet van het hele hoofdstuk. Waarom staat dit Bijbelgedeelte juist hier. Je gaat er vanuit dat Matteüs een eigen en duidelijk verhaal te vertellen heeft, met een eigen kracht en dynamiek. Die route heb ik in beeld willen brengen door het rechter plaatje. Je probeert betekenis te ontdekken door het hele verhaal in beeld te krijgen. Wanneer Jezus naar het beeld van het zuurdesem grijpt dan is bij zijn eerste hoorders direct bekend wat hij bedoelt. Voor ons is dat misschien wat lastiger. Omdat wij in de meeste gevallen zelf geen brood meer bakken. En niet zoveel te maken hebben met zuurdesem. Misschien ken je het wel van het vriendschapsbrood of het doorgeefbrood. Dat van tijd tot tijd de ronde doet. Het is een klein stukje startdeeg dat gistkracht heeft. Je doet een deel van dat startdeeg door het deeg waar je brood van maakt om het brood te laten rijzen. Het zorgt ervoor dat het brood luchtig blijft en dat het langer goed blijft. Nu. Jezus gebruikt dat proces van broodbakken om iets duidelijk te maken over het koninkrijk van de hemel. En Jezus heeft het vaker over zuurdeeg. In Matteüs 16 bijvoorbeeld. Daar zegt hij: ‘Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën’ Matteüs 16,6 Daar waarschuwt Jezus zijn leerlingen voor het onderwijs van de farizeeën en sadduceeën. Zij leggen alle nadruk op reinheidsrituelen en tradities. En gaan voorbij aan waar het werkelijk om gaat: het hart, de binnenkant van een mens. Zuurdesem is hier dus iets negatiefs waar Jezus voor waarschuwt. Het zorgt voor bederf. En niet alleen Jezus, ook Paulus gebruikt zuurdesem in die zin. In de brief aan de Korintiërs. Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht. Zuurdesem staat voor hem voor de oude mens, het boze, de zonde, het kwaad. Iets wat het nieuwe leven in de weg staat. Zuurdesem, daar moet je vanaf. En hij verbindt het aan het beeld van de ongezuurde broden die bij het Pesachfeest gegeten moesten worden. In de paasweek mocht er in heel Israël geen spoortje zuurdeeg te vinden zijn. Zo moest Israel zich de uittocht, de redding uit Egypte, het nieuwe begin zich blijven herinneren. En in een andere brief, die aan de Galaten, gebruikt Paulus het beeld ook. Dan staat het voor de joodse voorschriften rond spijswetten en besnijdenis. In die gemeente is verwarring ontstaan omdat er mensen zijn die leren dat je naast in Christus geloven, ook de joodse voorschriften moet blijven doen. En Paulus is er dan heel scherp op om alles wat ruikt naar het opleggen van die oude joodse voorschriften uit te bannen. En hij waarschuwt hoe ver dat kan gaan. Laat je in de gemeente daar een klein beetje van bestaan dan dringt dat overal door en verzuurt het heel de gemeente. Pas op, is daar dus de waarschuwing. En bedenk je daarbij dat er in het oude testament ook gesproken wordt van het wegdoen van zuurdeeg rond het pesachfeest dan staat zuurdesem symbool voor iets negatiefs. Waar je eigenlijk zo snel mogelijk vanaf moet. En wanneer je die betekenis van het zuurdesem meeneemt naar deze gelijkenis, dan vertelt Jezus dat het koninkrijk van de hemel hier op aarde bedreigd kan worden. Zijn verhaal waarschuwt je dan voor het werk van de boze. Die in het verborgene zijn werk doet. Niemand die ziet hoe het werkt maar het doortrekt alles. En je begrijpt wel welke oproep er dan van deze gelijkenis uitgaat: doe het weg, houdt het zo zuiver mogelijk. En je snapt misschien wel wat dat betekent voor de plek van de gelovigen en de kerk in deze wereld. De wereld daar moet je voor oppassen. Daar schuilt gevaar wat de zuiverheid van de kerk kan bederven. Nu is deze boodschap best waardevol. En die vind ook wel steun in andere Bijbelgedeelten. Toch vraag ik me af of we daarmee op het spoor zijn wat Jezus met de gelijkenis wil vertellen. Ligt het bijvoorbeeld voor de hand dat Jezus luisteraars hier als eerste aan denken? Zuurdesem door het meel mengen was 51 weken in het jaar een dagelijkse bezigheid in de joodse keuken. Bovendien kent het oude testament ook een offer voor de Heer wat onder andere bestaat uit brood met zuurdesem gebakken. En ik denk ook niet dat deze betekenis past in het verhaal dat Jezus vertelt met zijn gelijkenissen. Matteus 13 In één van de gelijkenissen die voorafgaat aan die van het zuurdesem wijst Jezus de gedachte van het zuiver houden juist af. Het onkruid mag er niet uit. Maar moet samen opgroeien met het graan. Vanwege de zorg van Jezus voor het graan. Stel je voor dat bij het wieden van het onkruid het graan beschadigd en ontworteld wordt voordat het rijp is. En wanneer je al de gelijkenissen op een rijtje zet, zie je ook dat Jezus een verhaal opbouwt. Als antwoord op vragen over zijn optreden. Hij legt eerst uit hoe het koninkrijk begint met zijn onderwijs dat wortel schiet in het leven van mensen. En daar moet groeien en rijpen en vrucht gaat dragen. Dan legt hij met het verhaal van het mosterdzaadje uit dat het klein begint. Maar groot gaat groeien. Het dan kleinste zaadje groeit uit tot een boom van een struik. En over die kracht en groei van het koninkrijk valt nog meer te vertellen. Het lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was. Zo zal het koninkrijk werken. En wat biedt dat ons? Wat vertelt dat ons? Ik denk in ieder geval een paar dingen. Dat de komst van Gods rijk een initiatief van God zelf is. Het is een werk wat hij begonnen is. Het komt niet tot stand door wat mensen presteren of organiseren. Jezus is de handelende persoon. Hij is de zaaier, hij is de boer die verbied te wieden, hij is de iemand die een mosterdzaad in zijn akker zaaide en hij is de vrouw die het meel doordesemd. De komst van het koninkrijk is ook niet meer terug te draaien of te keren. Het is onmogelijk om het zuurdesem weer uit het meel te zuiveren. De komst van het koninkrijk is in gang gezet en zal zijn werk doen. Jezus spreekt daarmee grote woorden. Alsof zijn werk de wereld zal veroveren. En als die woorden uit de mond van een mens, hoe idealistisch ook zouden komen. Dan hadden we alle reden om er onze vraagtekens bij te zetten. Maar nu ze uit de mond van de Zoon van God komen, houden ze een enorme belofte in. Het konikrijk van God is aan het komen. Het zorgt ervoor dat de hoeveelheid meel gaat groeien en rijzen. Wat ogenschijnlijk zo klein begint mist zijn uitwerking niet. Het koninkrijk van God is geen krent in de pap. Die ergens voor een lekkerder hapje zorgt. Maar een werkende kracht. Het doet wat, brengt verandering teweeg. Het werkt overal door. Hoe en waar je dat ziet? Met de gelijkenis vertelt Jezus dat dat zich voor een deel aan ons oog onttrekt. Zoals je zuurdesem in het meel niet kunt volgen. Maar wel het resultaat er van gaan zien. Een klein beetje desem doortrekt het hele deeg. Ik geloof dat deze gelijkenis niet zozeer een waarschuwing, maar een bemoediging is. Jezus geeft de mensen in zijn tijd, die nog niet zoveel van het rijk van de hemel zien perspectief. Zo gaat het werken. Het begint klein, verborgen, maar groeit uit tot iets alomvattends. Zo’n veertig jaar nadat Jezus deze gelijkenis vertelde is heeft het evangelie een groot deel van de toenmalig bekende wereld bereikt. En het kan ons ook bemoedigen. Als we zien dat de kerk steeds meer in de marge van de samenleving terecht komt. Of als je in je eigen leven weinig merkt en ervaart van het koninkrijk van de hemel. Tegelijk daagt de gelijkenis uit om je ogen en oren open te zetten om iets van de komst van het koninkrijk op te pikken. En niet alleen langs je eigen lijnen te kijken. Als het koninkrijk van God zo’n kracht heeft dat het overal doorwerkt is het ook op andere plekken te zien dan je zou verwachten. En misschien moeten we dat wel opnieuw leren zien. Jezus is niet alleen uit op gelovige zielen. Zijn werk is grootser, al omvattender. Hij kwam naar deze wereld om te herstellen wat in de schepping kapot ging. Als hij op aarde is preekt hij niet alleen, hij vergeeft niet alleen zonden. Hij geneest, hij heelt, hij wekt op, hij bevrijdt, hij helpt, hij zet levens weer op de rit. Het koninkrijk is groter dan de kerk. Het gaat over gerechtigheid en het herstel van verhoudingen. Tussen mensen, tussen mensen en de schepping. En dat is wat we in de wereld buiten de kerk ook zien gebeuren. Mensen die goed doen. Anderen helpen. Om de aarde geven. Zo zeer dat het ons in verlegenheid kan brengen. En ons zomaar voor vragen stelt. Hoe kan dat, en wat betekent het dat mensen die niet in God geloven zo veel goeds kunnen doen? Kunnen we in plaats van ons uit te putten in redeneringen die uit willen leggen dat dat wel goed, maar niet het echte werk is, dat ook leren zien als alles doortrekkende kracht van het zuurdesem? De gelijkenis daagt je uit om niet te klein van Gods werk van herstel te denken. En hem daarin vol vertrouwen te volgen. En je te verbinden aan een wereld die hij liefheeft en waar Hij om geeft. En je daar door hem te laten kneden in zijn missie.